Woordrelaties vragen welke woorden bij elkaar horen, of juist niet, op basis van betekenis, hiërarchie of functie. Ze overlappen met verbale analogieën, maar focussen op de relatie zelf.
Gratis: 5 oefenvragen per vraagtype + onbeperkte niveauscan. Volledige toetsen en onbeperkt oefenen zitten in Compleet.
Zelfstandig ontwikkelde oefentoets, geen officiële selectieafname.
Wat is dit onderdeel?
Je krijgt woorden of woordparen en moet de juiste relatie kiezen: synoniem, tegenstelling, categorie, deel-geheel, oorzaak-gevolg of gebruiksrelatie. Dit onderdeel traint precisie in woordbegrip onder tijdsdruk en valt onder verbaal redeneren. Anders dan bij een woordenschattoets gaat het er niet om of je een woord kent, maar of je ziet hoe twee woorden zich tot elkaar verhouden.
Voorbeelden met uitleg
Bekijk hoe zo’n opgave eruitziet en welke regel erachter zit. Daarna kun je zelf oefenvragen maken.
Uitleg woordrelaties welk woord hoort er niet bij: Roos Tulp Eik Narcis, antwoord Eik want geen bloem
Voorbeeldopgaven
Zo ziet een opgave eruit
Hieronder staan drie woordrelatie-opgaven met de volledige uitwerking erbij. Ze lopen op in moeilijkheid en zijn bedoeld om te laten zien hoe je zo'n opgave aanpakt, niet alleen wat het juiste antwoord is. Probeer hem eerst zelf en klap daarna de uitwerking open.
Voorbeeld 1
Basis
Welk woord hoort niet in de rij thuis?
viool · fluit · trompet · hobo
Aviool
Bfluit
Ctrompet
Dhobo
Toon uitwerking
Juiste antwoord: A
Alle vier zijn muziekinstrumenten, dus op dat niveau valt er niets af. De vraag is welk kenmerk drie van de vier delen en de vierde niet.
Fluit, trompet en hobo maak je aan het klinken met lucht; een viool met een strijkstok over snaren. Bij dit type vraag is het zaak om door te vragen tot je een eigenschap vindt die exact drie woorden dekt. Blijf je steken bij een kenmerk dat op alle vier past, dan zit je nog te hoog in de categorie.
Voorbeeld 2
Gevorderd
Welk woord hoort niet in de rij thuis?
kaars · lamp · spiegel · fakkel
Akaars
Blamp
Cspiegel
Dfakkel
Toon uitwerking
Juiste antwoord: C
Alle vier hebben met licht te maken, en juist dat maakt de rij lastiger dan hij lijkt. Het gedeelde thema is niet het antwoord; het onderscheid zit een laag dieper.
Een kaars, een lamp en een fakkel maken licht. Een spiegel maakt geen licht maar kaatst het terug. Het verschil tussen iets voortbrengen en iets doorgeven is een onderscheid dat vaker terugkomt in dit soort opgaven, bijvoorbeeld bij bron en ontvanger of bij zender en versterker.
Voorbeeld 3
Pittig
Welk woord maakt de verhouding kloppend?
zwaard : wapen = roos : ?
Atuin
Bbloem
Cdoorn
Dgeur
Toon uitwerking
Juiste antwoord: B
Een zwaard is een soort wapen: het specifieke geval hoort bij de overkoepelende categorie. Zo'n verhouding tussen soort en categorie is een van de meest voorkomende in verbale opgaven.
Een roos is op dezelfde manier een soort bloem. Een tuin is de plek waar je hem vindt, een doorn is een onderdeel ervan en geur een eigenschap. Alle drie zijn ze verbonden aan de roos, maar geen van drieën op de manier waarop zwaard en wapen verbonden zijn.
Deze opgaven komen uit dezelfde vraagbank als de oefensets hierna. Hoe die vragen gemaakt en gecontroleerd worden, en wat er bij die controle misging, staat in onze verantwoording over de vraagbank.
Direct oefenen
Start een set
Gratis: 5 vragen per type hieronder. Onbeperkt oefenen zit in Compleet.
Woordrelaties5 gratis
Synoniemen, antoniemen, deel-geheel.
Tips om beter te worden
Benoem de relatie hardop in één woord (synoniem, antoniem, …).
Let op valse vrienden: woorden die in hetzelfde thema passen maar een andere relatie hebben.
Bouw een mentale checklist van relatietypen voor snellere herkenning.
Combineer oefenen met verbale analogieën, ze versterken elkaar.
Bij twijfel: elimineer opties die duidelijk een andere relatie hebben.
Veelgestelde vragen
Wat oefen je bij woordrelaties?
Je oefent het herkennen van betekenisrelaties tussen woorden: synoniemen, antoniemen, deel-geheel, categorieën en functionele verbanden, zoals in veel verbale onderdelen van capaciteitentests.
Verschilt dit van verbale analogieën?
Ja, maar ze liggen dicht bij elkaar. Woordrelaties focussen op het type relatie; analogieën vragen je die relatie toe te passen op een nieuw paar.
Kan ik gratis woordrelaties oefenen?
Ja. Op Capaciteitkompas kun je een gratis proefset per vraagtype starten. Uitgebreider oefenen zit in Compleet.